IKEA? (EventArchitectuur, 2009)
Voor Utrecht Manifest is de wijze waarop een tentoonstelling wordt ingericht van fundamenteel belang. Niet alleen het wat, maar juist ook het hoe neemt een centrale rol in als een tentoonstelling de kijker wil stimuleren na te denken over de meer onzichtbare kwaliteiten van een object, zoals bijvoorbeeld over het maatschappelijk en sociale belang.
EventArchitectuur behoort tot die tentoonstellingsmakers die altijd meer dan een neutrale drager voor een tentoonstelling ontwerpen en het tentoonstellingsmodel onderdeel te laten vormen van de inzet van de tentoonstelling. Een mooi voorbeeld hiervan is ook aanwezig in de tentoonstelling Unresolved Matter in het Centraal Museum en wordt bij de ingang van de tentoonstelling nader uitgelegd.
Hier in Unforeseen Magic wordt een klein onderdeel van een andere tentoonstelling, NL=Nieuwe Luxe, van hun hand getoond, die op een mooie manier aantoont hoe de tentoonstelling zelf een bijdrage kan zijn naar een meer kritisch onderzoek. In dit geval wilde de curator de discussie over de veranderende rol van de ontwerper stimuleren. Mede door overwegingen als mobiliteit en flexibiliteit is deze tentoonstelling opgebouwd rond een simpel tafeltje van IKEA. Deze keuze heeft echter een verder reikende achtergrond dan pragmatiek alleen. Dit simpele houten tafeltje is immers het directe resultaat van het aloude verlangen naar een goedkoop en democratisch product en kan worden gezien als het geperfectioneerde eindresultaat van een industrieel proces.
Dit tafeltje is met andere woorden de perfecte uitkomst van de ideologie van het modernisme en valt door zijn neutrale aanwezigheid samen met de ambities van architecten als Adolf Loos en Le Corbusier. Deze architecten propageerden in de vorige eeuw een dergelijke, neutrale esthetiek in een poging om van daaruit een betekenisvolle verhouding met een gebruiker op te bouwen. De vraag is of voor IKEA juist deze modernistische ambitie achtergrond is geweest voor de esthetiek van deze tafel. Voor IKEA lijkt deze tafel eerder het startpunt te vormen voor allerlei nieuwe interpretaties van de gebruikers. Door het tafeltje te schilderen of te sjabloneren wordt dit ’democratische product’ symbool voor weer een nieuwe ideologie: die van de consument als ontwerper.
Door juist deze tafel, zo verbonden met al deze verschillende betekenissen, te benutten verbindt EventArchitectuur de ambities van de tentoonstelling NL=Nieuwe Luxe met de huidige werkelijkheid van de markt. Een werkelijkheid waarbinnen hooguit de ontwerper als ster nog een plek weet te veroveren ten opzichte van de massaproductie van de industrie en waarbinnen de consument als ontwerper, de ontwerper als specialist of als vakman heeft verdrongen.
EventArchitectuur gaat echter verder: deze tafel van IKEA wordt niet alleen benut, deze wordt tevens vervormd, verlengd, gestapeld, verzaagd, bedekt, gekanteld om vervolgens als specifieke drager voor ieder project te kunnen dienen. Het generieke wordt op deze wijze specifiek, de standaard alsnog uniek. Dit proces van toe-eigening vindt een hoogtepunt in de openingsscène van de tentoonstelling, die hier is gereconstrueerd.
De tafels zijn hier zo benut, dat ze niet langer een simpele drager voor een tentoonstelling, maar een meer autonome installatie gaan vormen. Het goedkope tafeltje is hiervoor niet alleen vervormd, maar tevens bedekt met spiegels, duurder dan de tafel zelf en lijken nu letterlijk te verwijzen naar het vraagstuk zelf van de tentoonstelling: NL=Nieuwe Luxe. Alleen deze complexe stapeling is leeg, ontdaan van ieder project, en lijkt juist door deze leegte een metafoor te vormen voor de vraag naar een nieuwe luxe en de positie die de ontwerper ten opzichte van de industrie en de consument nog in kan nemen. Is dit een keuze voor een meer autonome positie en daarmee een vlucht weg van de huidige democratisering van het ontwerpschap? Zien zij deze democratisering van het ontwerperschap als de laatste gedaante van het populisme, als de zoveelste ideologie van de markt? Of tracht EventArchitectuur het ontwerperschap te vermengen met even democratische vormen van toe-eigenen als autonome vormen van kunstenaarschap in een poging het kritische potentieel van de ontwerper te maximaliseren?














